Component van de week; HTTP component

HTTP component

Deze week geven we extra aandacht aan de HTTP-component, we hebben hiervan een inbound en een outbound variant. HTTP, oftewel Hypertext Transfer Protocol, is het protocol voor de communicatie tussen een webclient (meestal een webbrowser of een app) en een webserver. De ingaande en uitgaande communicatie verloopt via URL’s. In HTTP is vastgelegd welke requests (vragen) een applicatie aan een server kan stellen en welke responses (antwoorden) een webserver daarop kan teruggeven.

Dovetail oplossing in de praktijk

De inbound HTTP-component werkt als een webservice die naar binnenkomende verzoeken luistert. Zodra Dovetail een bericht ontvangt op een inbound HTTP-component wordt deze verwerkt door de volgende component in de integratieflow. De URL waarop de berichten worden ontvangen kan naar wens worden geconfigureerd. Dat geldt ook voor eventuele parameters (query) en authenticatie.
Met de outbound HTTP-component plaatst Dovetail berichten op interne en externe webservices, hierbij gebruikmakend van de juiste methode en authenticatie.
De ingaande en uitgaande berichten die via de HTTP-componenten worden realtime uitgewisseld kunnen een varia aan gegevensformaten bevatten. Voorbeelden hiervan zijn plain text, XML, JSON en binaire bestanden als images.

Een voorbeeld van een integratie waarin beide componenten worden gebruikt is het met de Inbound HTTP-component ontvangen van een weborder die getransformeerd moet worden naar het juiste formaat en datatype. Vervolgens wordt de weborder met een HTTP-call naar het ERP-systeem gestuurd. Dit alles verloopt real-time binnen een fractie van een seconde.

Uitleg werking component

De inbound component heeft diverse configuratie-opties. Een belangrijke is de Endpoint-naam.  Deze wordt als suffix in de URL gebruikt waarmee de flow benaderd kan worden. De URL’s van test en productie verschillen zodat ze apart kunnen worden benaderd. Onderin de component-setup worden beide URL’s getoond en kunnen ze eenvoudig met de copy-button op het klembord worden geplaatst.

Andere mogelijke instellingen zijn:

  • Protocol (normaal gesproken HTTPS, maar daar kan bij wijze van uitzondering van worden afgeweken)
  • Tenant-ID of tenant-naam in de URL
  • Match prefix (mag de URL ook met wildcards worden aangeroepen)
  • Preserve HTTP headers (bewaar wildcards als header-variabele)
  • Exchange pattern (als de respons van belang is voor de caller, gebruik dan request reply)

Ook de outbound component kan naar wens worden ingesteld. Belangrijk hierbij is de URL waar het bericht moet worden afgeleverd. Hierbij kan ook de request-methode en de authenticatie worden ingesteld. Uit overweging van veiligheid kunnen headers worden uitgesloten van de call naar de webservice.

Meer gedetailleerde informatie over de HTTP component, andere endpoints en andere componenten kun je terugvinden in Dovetail Academy.

Hebben jullie ook een uitdaging op integratiegebied? Neem dan contact met ons op.