Mijn applicatie heeft een API… en nu?

Artikel

 

Het aantal systemen en applicaties dat mensen gebruiken groeit enorm, gemiddeld heeft 1 gebruiker wel 37 applicaties waar hij vrijwel dagelijks mee werkt. Voor de zakelijke gebruiker zijn dit er nog veel meer.

Hoe kunnen al deze applicaties, gebruikers in staat stellen gegevens uit verschillende toepassingen te gebruiken? Hoe komen de gegevens van de ene plek naar de andere? In de meeste situaties is het antwoord: ze gebruiken API’s om te communiceren.

Een API verbindt bedrijfsprocessen, diensten, content en data naar externe partners, interne teams en onafhankelijke developers op een eenvoudige en veilige manier.

Een Application Programming Interface (API) is een verzameling definities op basis waarvan een computerprogramma kan communiceren met een ander programma of onderdeel.

 

Waarom API’s gebruiken?

Een applicatie bestaat vaak uit een aantal verschillende onderdelen. De basis voor een applicatie is een database waarin de data wordt opgeslagen. Daarnaast is er vaak een backend, een beheersysteem waarmee de data beheerd kan worden, en een frontend, een publiek toegankelijk deel van de applicatie of website. De frontend en backend communiceren met de database door middel van het uitvoeren van SQL-queries.

Het voordeel van het gebruik van een API is dat het toegang biedt tot informatie of functionaliteiten van een andere partij, zonder dat je precies hoeft te weten hoe het andere programma werkt. Een API maakt namelijk gebruik van een klein deel van de code uit het oorspronkelijke programma.

Een API kun je zien als een brug tussen twee softwareprogramma’s, zodat specifieke informatie gedeeld en gekoppeld kan worden met behoud van veiligheid en privacy. In een API zijn parameters ingesteld; welke informatie, op welke wijze en met wie wordt gedeeld. Zo bieden API’s een heel veilige mogelijkheid om data beschikbaar te stellen aan andere softwareprogramma’s en belanghebbenden.

Door API’s kunnen partijen in de keten sneller en veiliger met elkaar communiceren.

Hoe maak ik gebruik van mijn API’s?

Het gebruik van een API is meestal hetzelfde. Een applicatie stuurt een verzoek om informatie te ontvangen naar de API en krijgt vanuit deze API een antwoord waarin de informatie staat die je kort daarvoor hebt opgevraagd. Alle gegevens die daarbij horen staan zo gedocumenteerd dat het vanuit zowel de aanvrager als de informatieverstrekker gelezen kan worden. Zo weet je ten alle tijden zeker dat de API juist handelt.

Zelf moet je meestal ook een aantal handelingen verrichten om een API in te stellen. Je zult een aantal waarden (keys) moeten invoeren om de API aan te sturen.

Is een API voldoende wanneer ik data-integratie wil tussen mijn systemen en applicaties?

Wanneer de applicaties en systemen waarmee je werkt een API hebben, is het zaak om ze met elkaar te laten praten middels een API koppeling.

De API koppeling is een tussenlaag die ervoor zorgt dat de softwarepakketten met elkaar kunnen lezen en schrijven. Met deze koppeling wordt bepaald welke data uit de verschillende pakketten met elkaar uitgewisseld moet worden.

Kan ik zelf een API koppeling maken?

Om een API koppeling te maken is over het algemeen programmeerkennis nodig. Wanneer er gebruikt wordt gemaakt van Dovetail kan er op basis van no-code een integratie tot stand komen. Via de drag and drop functionaliteit van het Dovetail platform kan er op eenvoudige wijze een flow gemaakt worden waar enkel een aantal waarden dienen te worden ingevuld.

 

En als niet alle systemen waar ik mee werk een API hebben?

Ook in dat geval is het mogelijk om om systemen met elkaar te laten communiceren. Er kan gekeken worden of de softwareleverancier voornemens is om een API te maken, wanneer dat niet zo is dan kan de informatie op een andere manier uit het systeem worden gehaald. In Dovetail ontwikkel je dan eerst een specifieke API voor het betreffende systeem en zal vervolgens zorgen voor de koppeling tussen de diverse API’s.